Krachtwerking tussen twee rechte evenwijdige stroomvoerende geleiders (kwalitatief: richting en zin)

Twee rechte evenwijdige geleiders hebben dezelfde lengte. Afhankelijk van de richting van de stroom in beide geleiders kan men twee verschillende gevallen onderscheiden. Als de stroomrichting in beide geleiders dezelfde is, dus als ze dezelfde zin hebben, zullen beide geleiders elkaar aantrekken. Als de zin van beide stromen daarentegen tegengesteld is, zullen de geleiders elkaar afstoten.

In beide gevallen kan de richting van de krachten met de rechterhandregel bepaald worden. Als de rechterwijsvinger in de richting van de stroom wijst en de overige vingers van de rechterhand in de richting van de magnetische inductie, dan wijst de duim de richting van de kracht aan. (Let op: neem de magnetische inductie van de eerste op de tweede geleider en omgekeerd bij de bepaling van de richting van de kracht.)

De grootte van de lorentzkracht die beide geleiders op elkaar uitoefenen, wordt gegeven door:

\begin{eqnarray*}
F = \mu \cdot \frac{I_1 \cdot I_2}{2 \pi d} \cdot l
\end{eqnarray*}

met \(I_1\) de stroomsterkte in de eerste geleider, \(I_2\) de stroomsterkte in de tweede geleider, d de afstand tussen de geleiders, \(\mu\) de magnetische permeabiliteit van de middenstof en l de lengte van beide geleiders.
krachtwerking tussen 2 evenwijdige stroomvoerende geleiders