De atoomtheorie van Dalton, Rutherford-Bohr

De atoomtheorie van Dalton stelt dat:

  • Materie bestaat uit ondeelbare deeltjes, atomen genoemd.
  • Elk atoom van dezelfde soort (dus van hetzelfde element) heeft dezelfde stofeigenschappen en massa.
  • Als chemische elementen verschillend zijn, bestaan ze uit verschillende atoomsoorten. Elke atoomsoort heeft een massa uniek voor die atoomsoort.
  • Een atoom kan niet vernietigd worden en heeft dezelfde eigenschappen na een chemische reactie.
  • Combinaties van atomen met verschillende elementen zijn chemische verbindingen. Dezelfde verbinding heeft altijd dezelfde verhouding van samenstellende elementen.
  • Er zijn drie types verbindingen: de enkelvoudige, samengestelde en de complexe.

de atoomtheorie van Daltona

 

 

In het atoommodel van Rutherford-Bohr bestaat elk atoom uit een kern en een mantel vol negatief geladen elektronen. De kern bestaat uit positief geladen protonen en neutrale neutronen. Elk atoom heeft cirkelvormige banen rond zijn kern. Deze stemmen overeen met een bepaalde potentiële energie. Een elektron kan zich vrij over zo’n baan bewegen zonder energie te verliezen. Andere benamingen voor een elektronenbaan zijn energieniveau en elektronenschil. Wanneer er nu energie aan een elektron wordt toegevoegd, dan springt ze naar een hogere schil (met dus een hoger energieniveau). Het elektron is dan in geëxciteerde toestand. Uiteindelijk zal het elektron terug naar zijn oorspronkelijke schil terugvallen. Hierbij stuurt het de toegevoegde energie weer uit.

de atoomtheorie van Dalton

 

Een atoom wordt voorgesteld als \(_{Z}^{A}\textrm{X}\)

Hierbij is:

X = symbool van het element

A = massagetal

Z = atoomnummer

 

Het massagetal A = som van het aantal protonen en neutronen.

Het atoomnummer geeft het aantal protonen aan. Vermits een atoom neutraal is, is het aantal elektronen ook gelijk aan het aantal protonen. Het atoomnummer is kenmerkend voor elke atoomsoort.